voor de akkerbouw van morgen

Europese Hof nieuwe veredelingstechnieken slecht voor de akkerbouwketens

Het Europese Hof heeft gisteren geoordeeld dat gerichte mutatietechnieken zoals CRISPR-Cas9 gereguleerd moeten worden als genetische modificatie. De ketenpartijen, verenigd in de BO Akkerbouw, zijn verrast door deze beslissing en teleurgesteld. Het niet toestaan van deze methoden voor gerichte aanpassing van gewassen is een streep door de rekening van een snelle bijdrage van veredelaars aan de verduurzaming van de akkerbouw en de competitieve kracht ten opzichte van andere landen.
We roepen de regering de doelstellingen van het regeerakkoord over deze methoden nog steeds met verve te verdedigen.

Het Europese Hof van Justitie in Luxemburg heeft gisteren bepaald dat producten van methoden voor gerichte mutagenese als GGO’s (genetisch gemodificeerde organismen) beschouwd moeten worden. Dat betekent dat plantenrassen die met behulp van deze methoden uitgebreid getoetst en de producten geëtiketteerd moeten worden. Dit was een onverwachte uitspraak aangezien de opinie van de advocaat-generaal van de rechtbank stelde dat mutatieveredeling, ongeacht de methode, vrijgesteld is in de wet. Ook betekent dit dat – wanneer veilig bevonden in Europa – individuele landen op socio-economische gronden alsnog het gebruik in het veld kunnen tegenhouden.

Een volwaardige GGO-risicobeoordeling kost tientallen miljoenen Euro, wat niet weggelegd is voor kleinere veredelaars en voor kleinere gewassen. Wereldwijd wordt transgenese slechts toegepast bij de grootste gewassen mais, soja en katoen (naast specifieke regionale toepassingen in papaja en aubergine). Hoewel het gebruik van de methoden in Europa niet verboden is, is het commercieel niet haalbaar voor veredelaars om zulke extra kosten terug te verdienen. De verwachting is daarom dat veredelaars de methoden niet zullen gaan gebruiken.
Aangezien de methoden uitstekend gebruikt zouden kunnen worden in de zoektocht naar ziekteresistenties en complexere eigenschappen als droogtetolerantie en mogelijk ook productkwaliteiten (zoals glutenvrije tarwe) zien alle partijen in de agrarische ketens kansen aan hun neus voorbij gaan.

Het is de vraag wat deze uitspraak gaat betekenen voor de internationale handel van akkerbouwproducten. Wanneer het buitenland extra efficiënte productie kan ontwikkelen, kan onze concurrentiekracht op proef gesteld worden. Echter, het kan ook zijn dat de import – zeker vanuit landen die dit niet gaan reguleren – zeer bemoeilijkt wordt.  

In elk geval zal Nederland als innovatieland een klap krijgen. De veredeling zal zeker doorgaan met het ontwikkelen van betere rassen maar dan zonder de versnelling die de gerichte mutatie beloofde, maar de kans is groot dat een deel van de innovatiekracht naar het buitenland zal gaan.

Het regeerakkoord stelt dat “Nederland (..) zich in Europa (zal) inzetten voor de toepassing en toelating van nieuwe veredelingstechnieken, zoals CRISPR-Cas9, mits daarbij geen soortgrenzen worden overschreden.” BO Akkerbouw vraagt aan de Nederlandse overheid dit beleidspunt met alle kracht door te zetten en snel de weg te bepalen die het snelst tot resultaat kan leiden.