voor de akkerbouw van morgen

Weerbaar teeltsysteem

Inzet
Omslag maken naar een weerbaar teeltsysteem waar gezonde, robuuste gewassen en een vitale bodem het uitgangspunt vormen, waardoor minder (chemische) gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn.

Acties, status voorjaar 2019

  1. Veredelen van minder gevoelige rassen
    Status: diverse initiatieven en projecten lopen, o.m. gericht op snellere manieren van plantveredeling; geadresseerd bij Plantum en individuele veredelingsbedrijven.
    Uitkomst enquête: voor 17% van de akkerbouwers is een sterk / weerbaar ras het voornaamste knelpunt als het gaat om plantgezondheid. Voor 5% van de akkerbouwers is de veredelaar de belangrijkste partner om de teelt met plantgezondheid op een rendabele manier meer duurzaam te maken.

Kritische punten weerbaar ras

  • Door een uitspraak van het Europees Hof (eind juli 2018) worden nieuwe veredelingstechnieken zoals Crispr-CAS binnen de EU als GMO beschouwd. Dit beperkt én vertraagt mogelijkheden van veredeling van weerbare rassen. Door deze rem op veredeling op ziekteresistentie en andere plagen, blijft (meer) inzet van gewasbeschermingsmiddelen nodig.
  • Voor een aantal bodeminsecten is de kennis zeer beperkt. Ze werden tot nu toe effectief bestreden door zaadcoating met neonicotinoïden of door andere, inmiddels niet meer toegelaten, middelen.
  • Voor een aantal belagers is het onduidelijk welke gewassen en/of rassen vatbaar zijn en hoe dit doorwerkt in het bouwplan (incl. groenbemesters).
  • Het is belangrijk te weten wat het effect op ziekten en plagen is, als een teeltwijze verandert. Bijvoorbeeld minder ploegen heeft effect op de overleving van ziekten en plagen en hun natuurlijke vijanden. Dit geldt ook voor o.m. akkerranden, groenbemesters en ‘natuurlijke bermen’.
  1. Beter inzicht in werking microbioom en versterken ervan
    Status: veel projecten gaande; diverse BO-leden zijn betrokken.
  1. Ontwikkelen kennis goed bodembeheer
    Status: vele projecten lopen, met als voornaamste PPS Beter Bodembeheer. Diverse BO-leden zijn betrokken. Het PPS-project levert ook ‘afgeleide producten’ op, zoals handleidingen en gericht (teelt)advies, ook bij BO-leden.
    Uitkomst enquête: voor 24% van akkerbouwers is een gezonde / vitale bodem het voornaamste knelpunt als het gaat om plantgezondheid. 78% van de akkerbouwers zegt bodemanalyses en analyses voor belangrijke bodemziekten en plagen te laten verrichten (22% niet, 1% weet niet / geen antwoord).
    Via de module Duurzaam Akkerbouw Bedrijf (DAB) van het VVAK zet de sector met het uitvoeren van bodemanalyse en/of investeringen vanaf seizoen 2019/2020 in op bewustwording.
    Uitkomst enquête: 87% van de akkerbouwers laat het organisch stofgehalte van percelen meten (11% niet, 2% weet niet / geen antwoord).
    In de DAB-module van het VVAK is meten van het organisch stofgehalte al langer een bestaande eis.

Kritische punten kennis goed bodembeheer

  • Veel onderzoek is gericht op een bepaald gewas en maatregelen niet ‘bouwplan-breed’ opgepakt. Er is onvoldoende aandacht voor effecten over gewassen heen of voor bepaalde bouwplannen of gewasrotatie.
  • Gerichte teeltmaatregelen bij akkerbouwers na een bodemanalyse zijn zeer beperkt. Ze weten in de praktijk niet (goed) wat te doen met uitslagen van bodemonderzoek naar bodemleven (C/N-quotiënt of verhouding bacterie/schimmel) en welke maatregelen te nemen om de parameters naar optimale waardes te brengen. Kennis wel beschikbaar, onder meer bij hiertoe opgeleide adviseurs.
  1. Ontwikkelen maatlat bodemgezondheid, praktisch toepasbaar
    Status: BO Akkerbouw is betrokken bij het initiatief van Rabobank, a.s.r. en Vitens over dynamisch bodemlabel. Andere betrokken partijen zijn Eurofins en provincie Gelderland. Dit actiepunt is geadresseerd bij het Nationaal Programma Landbouwbodems.
  1. Uitwerken verdienmodellen bodemgezondheid
    Status: volgend op voorgaand actiepunt, de ontwikkeling van de maatlat. Initiatief voor verdienmodellen ligt vooral bij direct betrokken stakeholders (‘keteninitiatieven’).
  1. Trainen teeltadviseurs op nieuwste inzichten bodembeheer
    Status: inhoud van trainingen volgt uit de diverse projecten, zoals onder meer PPS Beter Bodembeheer. In 2019 vervolg te geven in afstemming met partners; bestaande kennisnetwerk benutten en versterken door uitwisseling kennis uit o.m. activiteiten actieplan. Dit in aansluiting op activiteiten uit het Nationaal Programma Landbouwbodems.
     
  2. Biostimulanten; demonstratieprojecten, kenniskringen, meer gebruik in praktijk
    Status: de aandacht voor biostimulanten is sterk toegenomen en het gebruik is gestegen. De meningen zijn echter sterk verdeeld, variërend van ‘direct mee stoppen’ (want: niet werkzaam, wel kostenverhogend) tot ‘positief’ (want: sterker gewas, beter bestand tegen stress). Er is geen informatie bekend over een eventueel opbrengst verhogend effect. Vergelijkend onderzoek naar verschillende bodemverbeteraars in opdracht van BO liet geen effect zien. Een betere afstemming met en deling van onderzoeksmethodes en –data is gewenst.
    Uitkomst enquête: van de akkerbouwers zegt 28% dat ze biostimulanten gebruiken. Bij de vervolgvraag ‘Welke dan?’ noemt het overgrote deel echter (andere) meststoffen.
    Via de DAB-module van het VVAK zet de sector vanaf seizoen 2019/2020 in op bewustwording.

Kritische punten biostimulanten

  • De definitie van biostimulanten is nog niet in EU-regelgeving vastgelegd.
  • Er is een brede range aan ervaringen en overtuigingen in de sector, van erg positief tot grote scepsis. Is deels ingegeven door oordeel op basis van vergelijking met bestaande middelen en maatregelen en niet met ‘onbehandeld’. Ook hebben velen geen idee wat biostimulanten doen en hoe ze werken; die kennis is wel bij (deel) adviseurs aanwezig. Biostimulanten werken tegen abiotische stress. Ze werken dus alleen als die stress ook optreedt.
  • Kleine bedrijven / individuen die biostimulanten (vaak uit buitenland) op de markt brengen en / of zelf aan akkerbouwers verkopen.
  • Claims op het etiket; een standaard en onafhankelijke test of een (onderzoeks)referentie ontbreekt; bij onafhankelijk onderzoek zijn resultaten niet altijd openbaar.
  • In de praktijk blijkt bij akkerbouwers geen duidelijk beeld te bestaan van biostimulanten. Uit het antwoord op de enquêtevraag welke gebruikt worden, noemden velen (andere) meststoffen, zoals groenbemesters, compost, (stal- en drijf)mest en champost.

Doelen uit actieplan